Tsunami: een vloedgolf als gevolg van een aardbeving

Naast algemene informatie meer weten over het ontstaan, verschillende oorzaken, het verschijnsel natuurkundig gezien, mogelijke waarschuwingssystemen, wat gebeurt er bij tsunami’s in ondiep water, het risico op een tsunami in de Noordzee, de begrippen tsunami vloedgolf stormvloed en springvloed  en belangrijke tsunami’s in de vorige eeuw en tot nu toe. Lees meer. 

tsunami

Tsunami: een vloedgolf als gevolg van een aardbeving 

Onder een tsunami verstaan we een vloedgolf als gevolg van een aardbeving (meestal een zeebeving) die vaak zeer onverwachts grote stukken kust overspoeld. In Nederland heeft het begrip tsunami sterk aan bekendheid gewonnen na de tsunami in Indonesië, India,Thailand en Sri Lanka op de Tweede Kerstdag van 2004. Als men echter terugkijkt in de geschiedenis dan ziet men dat het fenomeen al vele eeuwen voorkomt.

Een voorbeeld hiervan is een grote tsunami in het jaar 1755 in Portugal waarbij een groot deel van de hoofdstad Lissabon werd vernietigd en plusminus 60.000 dodelijke slachtoffers vielen. Momenteel komen tsunami’s zo’n vijf tot zes keer per jaar over de gehele wereld voor. Meestal zijn dit kleine tsunami’s maar sommigen hebben zo’n omvang dat de hele wereld er door wordt opgeschrikt.

De meeste tsunami’s komen voor in de Stille Oceaan, de platentektoniet van de bodem veroorzaakt veelvuldig zeebevingen die een tsunami tot gevolg kunnen hebben. Het woord tsunami is van oorsprong Japans en is afgeleid van de volgende twee woorden tsu wat haven betekent en nami wat golf betekent.

Het ontstaan van een tsunami 

Een tsunami ontstaat als twee aardplaten over elkaar heen schuiven, en er in 1 hiervan een scheur ontstaat. Als gevolg van deze scheur breekt de plaat na enige tijd, komt wat omhoog en duwt het water mee omhoog, dit opgedrukte water vloeit van de beving vandaan. Als het water in een ondieper gedeelte van de zee aankomt wordt het omhooggedrukt hierbij neemt de snelheid af en de golven worden steeds hoger. Golven tengevolge van een tsunami kunnen in diep water hoge snelheden tot wel 900 a 1000 kilometer per uur halen. Als de hoge golven die zich in ondieper water nog meer hebben ontwikkeld op de kust slaan heeft dit meestal zeer ernstige gevolgen voor het land en zijn bevolking.

Oorzaken van een tsoenami 

Als een grote hoeveelheid water zich in korte tijd verplaatst kan een tsoenami ontstaan, deze massale waterverplaatsing kan verschillende oorzaken hebben zoals:

  • Een zeebeving, dit is een aardbeving waarbij het epicentrum in zee ligt.
  • Een vulkanische uitbarsting onder zee of zeer dichtbij zee, soms gaat deze uitbarsting gepaard met een grote aardverschuiving of een massale modderstroom.
  • Een zeer zeldzame oorzaak voor een tsoenami kan een meteorietinslag zijn.

Tsunami natuurkundig gezien 

Natuurkundig gezien is een tsunami een interessant verschijnsel de golven zijn wezenlijk anders dan normale windgolven. Twee belangrijke verschillen zijn:

  • Windgolven zijn oppervlakkig, golven veroorzaakt door een tsunami daarentegen lopen van de oceaanbodem tot aan de oppervlakte van de zee.
  • Tsunamigolven bevatten zo’n immens grote hoeveelheid energie dat als de golven bij de kust in ondieper water terechtkomen er een metershoge muur van water is die de kracht heeft van een bom. Windgolven bevatten veel minder energie.
  • Als bij een tsunami grote hoeveelheden water omhooggetild of weggezakt raken kan dit een zeer langgerekte golfbeweging tot gevolg hebben die midden op de oceaan meestal totaal niet opvalt, al kunnen deze tsunamigolven wel met dieptemeters en speciale satelieten geregistreerd worden. Deze langgerekte golfbeweging brengt soms slechts golven van enkele decimeters voort maar dat wel over een grote lengte van soms wel meerdere honderden kilometers. Windgolven kunnen midden op de oceaan veel hoger zijn bijvoorbeeld 8 tot 10 meter maar deze hebben vaak maar een golflengte van zo’n 200 a 250 meter.
  • De tsunamisnelheid vertraagd sterk wanneer de golven in ondiepere zee aankomen. De snelheid van tsunamigolven kan hoog oplopen tot wel 1000 kilometer per uur midden op de oceaan tegenover de normale snelheid van windgolven van zo’n 40 kilometer per uur, een wereld van verschil. De snelheid van de golven heeft te maken met de volgende drie factoren:
  • De waterdiepte in meters.
  • De snelheid van de golven in meters.
  • De valversnelling.
  • Komen de golven eenmaal aan in ondieper water dan neemt de snelheid snel af en worden de golven afhankelijk van de kustbedekking en de hoogte van de golven in open zee enkele tientallen meters hoger dan de normale vloedlijn. Met grote kracht overspoeld het vele water de kustlijn vaak met zeer grote gevolgen. Tenslotte neemt de geweldige energie van de tsunami af door wrijving met zowel de zeebodem, de kust, de aanwezige vegetatie, de bebouwing ook door turbulentie wordt de kracht van de tsunami minder.

Waarschuwingssystemen bij tsunami 

Waarschuwingssystemen die men gebruikt om een tsunami te ontdekken, localiseren en registreren zijn gebaseerd op bewegingen van de oceaan aan de oppervlakte en dieper in zee bij zeebevingen. Enkele voorbeelden:

  1. De ramp van 1946 bij het eiland Unimak(Alaska) was de aanleiding om in de Pacific het Tsunami Warning Systeem dat door middel van getijdestations probeert de tsunami’s te volgen en zoveel mogelijk informatie vergaard op te richten. Dit systeem bevindt zich in Honolulu op Hawaï. Sinds 1965 hebben 26 landen rondom de Pacific zich verenigd in dit PTWS systeem dat de seismologische en getijdenactiviteit in de oceaan in de peiling houd en waarschuwt bij mogelijk gevaar. Zo’n waarschuwing wordt gezonden aan alle deelnemende landen en bevat een lijst met kusten die mogelijk gevaar lopen en de tijdstippen waarop dit verwacht kan worden. Het is de verantwoordelijkheid van de afzonderlijke landen om de bevolking te waarschuwen en informeren en een reddingsplan in werking te zetten.
  2. Het DART systeem is een ander voorbeeld van een waarschuwingssysteem wat wordt gebruikt bij tsunami’s. DART betekent het Deep-oceaan Assessement and Reporting of Tsunamis. Dit systeem maakt gebruikt van waterdrukmeters op diepte die door middel van geluidssignalen in contact staan met er boven drijvende boeien. Doordat windgolven aan de oppervlakte blijven en de diepte niet bereiken en doordat de drukbewegingen die de getijdebeweging met zich meebrengt op de oceaan zeer voorspelbaar en regelmatig zijn kunnen dieptemeters zeer betrouwbaar tsunamigolven waarnemen in diepe zee.

Wat gebeurt er met tsunami’s in ondiep water 

Wat gebeurt er wanneer een tsunami ondiep water bereikt en de kust oploopt. De gevolgen van een tsunami zijn vaak verschrikkelijk, het water overstroomt met kracht het land en sleurt alles mee. Mensen, vegetatie, gebouwen, dieren en zeedieren worden dikwijls het slachtoffer van een tsunami. Een enorm verlies aan mensen-en dierenlevens en veel materiële schade. Een tsunami kan op twee manieren de kust naderen:

Bij de eerste manier komt er eerst een golfdal waarbij de zee zich minutenlang terugtrekt tot honderden meters ver. Bij deze zeer lage waterstand worden objecten zichtbaar die anders onder water blijven, op dit verschijnsel dient men te vluchten en hogergelegen gebied op te zoeken. Vaak gebeurt echter het tegendeel omdat mensen het lage water inlopen om vis of andere waardevolle spullen te zoeken. Levensgevaarlijk omdat de tsunamigolftop onvoorwaardelijk toch komt al kan dit een kwartier tot een half uur duren.

Bij de tweede manier verschijnt de tsunamigolftop zonder dat de zee zich eerst terugtrekt.

De hoogte van de golven is afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden, de eerste golf hoeft zeker niet de hoogste te zijn.

De kans op een tsunami aan de Noordzee

De plaattektonische gesteldheid is in de Atlantische Oceaan geheel anders dan in de Grote- en Indische Oceaan, zodat zeer zware zeebevingen hier niet voorkomen. Dit heeft mede als gevolg dat aan de zuidelijke kust van de Noordzee geen grote tsunami’s voorkomen. De fjordenkust van Noorwegen en Schotland is iets kwetsbaarder voor tsunami’s. Een kleine tsunami zou tussen Noorwegen en Schotland de Noordzee binnen kunnen komen, maar in het ondiepere gedeelte van de zuidelijke Noordzee zal de tsunami door bodemwrijving sterk aan kracht verliezen en op grote afstand van de kust breken. Aardbevingen die voorkomen in het Noordzeegebied zijn meestal maar van een geringe sterkte en hebben slechts zeer geringe tsunami’s tot gevolg. De kans op middelgrote tsunami’s is langs de Atlantische kust van Zuidwest-Europa en in de Middelandse Zee iets groter.

De begrippen tsunami vloedgolf stormvloed en springvloed

  • Onder een tsunami verstaan we een vloedgolf als gevolg van een aardbeving(meestal een zeebeving) met als gevolg dat grote delen van de kust plotseling worden overspoeld.
  • Met een vloedgolf wat een ruimer begrip is wordt een getijdengolf bedoeld die tijdens de vloed of bij springvloed ondiepe gedeelten zoals baaien of riviermondingen binnenspoelt. Ook een golf als gevolg van een stuwdamdoorbraak valt onder het begrip vloedgolf.
  • Stormvloed is een onregelmatig optredend verschijnsel met zeer hoge waterstand, de oorzaak hiervan is zeer krachtige wind soms in combinatie met springtij. De duur van stormvloed kan enkele getijdencycli duren(tot anderhalve dag). Een bekend voorbeeld van een stormvloed gecombineerd met springtij is de watersnoodramp die ons land trof in 1953.
  • Springvloed is een zeer hoge waterstand die de duur heeft van 3 tot 6 uur, de oorzaak hiervan is de invloed van de zwaartekracht van zon en maan op het getij.

Een kenmerkend verschil tussen tsunami aan de ene kant en storm-en springvloed aan de andere kant is het feit dat het bij een tsunami gaat om een incidenteel grote golf die het land overspoelt en bij de twee andere begrippen om een zeer hoog waterpeil dat problemen kan veroorzaken. Eveneens is het zo dat golven van een stormvloed of springvloed of van een combinatie van beiden cirkelsgewijs op de kust aangaan en daardoor een langere weg afleggen dan tsunamiegolven die recht op de kust afgaan. Een gevolg hiervan is dat tsunamiegolven energieker zijn als ze de kust bereiken en dus meer kracht bevatten dan stormvloed-of springvloedgolven die op hun langere weg naar de kust meer energie zijn kwijtgeraakt en daarmee ook een gedeelte van hun kracht.

Tsunami’s van het begin van de vorige eeuw tot nu toe 

Hieronder een overzicht van grotere tsunami’s van het begin van de vorige eeuw tot nu toe:

1905

Een zeer groot rotsblok wat in Januari in het Lovatnetmeer bij Loen in Noorwegen valt veroorzaakt een vloedgolf die 61 dodelijke slachtoffers tot gevolg heeft.

1908

In December van het jaar 1908 wordt Messina een stad in het noordoosten van Sicilië Italië ten gevolge van een aardbeving geheel verwoest. Een onderzeese aardverschuiving veroorzaakt in de straat van Messina een tsunami. Plusminus 70.000 mensen verloren hierbij het leven.

1934

Veertig dodelijke slachtoffers op 7 April 1934 in het Tafjord in Noorwegen. De oorzaak van dit drama was een aardverschuiving met een tsunami als gevolg.

1936

Een rotsblok dat in het Lovatnetmeer bij Loenen in Noorwegen valt veroorzaakt hier weer een vloedgolf net als in 1905, deze keer vallen er 74 doden te betreuren.

1946

In Alaska bij het eiland Unimak is op 1 April 1946 een vuurtoren vernietigd waarbij 5 mensen om het leven kwamen. De vuurtoren stond dertig meter boven zeeniveau. Eveneens vielen er 160 slachtoffers op Hawaï. Deze ramp was de aanleiding om het

Pacific Tsunami Warning Center op Hawaï op te richten.

1960

Chili kreeg op 22 Mei 1960 te maken met een zeebeving voor zijn kust die 2000 dodelijke slachtoffers tot gevolg had. De vloedgolf deed ook Japan aan waar nog eens 200 doden vielen, ook Hilo werd getroffen 61 mensenlevens gingen hier verloren.

1964

Een aardbeving met een sterkte van 9,2 op de schaal van Richter veroorzaakte een vloedgolf in de Golf van Alaska waarbij in totaal 131 doden vielen, waarvan 106 mensen in Alaska, de overige slachtoffers vielen in Californië(VS) en Canada.

1992

Een tsunami met golven van 3 tot 10 meter was het gevolg van een aardbeving met een kracht van 7,7 op de schaal van Richter zo’n 50 kilometer voor de kust van Nicaragua. De tsunami was uitzonderlijk groot na een aardbeving van deze sterkte en had 9 doden tot gevolg. Deze tsunami is door apparatuur vastgelegd en deze informatie is later grondig door deskundigen bestudeerd om hier lering uit te kunnen trekken. Deze tsunami vond plaats op 2 September 1992.

1998

Een aardbeving van 7,0 op de schaal van Richter bij Papua-Nieuw-Guinea veroorzaakt een aardverschuiving van vier kubieke kilometer. Deze grote aardverschuiving had een tsunami tot gevolg waarbij een muur van tien meter hoog water de kust bereikte en overspoelde met 12000 dodelijke slachtoffers tot gevolg.

2002

Een tsunami als gevolg van een vulkaanuitbarsting van de Stromboli gelegen op het gelijknamige eiland Stromboli in Italië waarbij een berghelling gedeeltelijk in zee terecht kwam en een 10 tot 20 meter hoge vloedgolf veroorzaakte. Dit vond plaats op 30 december 2002, de plaats Ginostra kreeg het zwaar te verduren. Er vielen 6 doden en er was veel materiële schade. Ook de eilanden Panarea en Lipari werden aangedaan maar hier werd geen schade aangericht.

2004

Bij het eiland Sumatra vond op 26 December 2004 een zware zeebeving plaats van 9,3 op de schaal van Richter. Deze zeebeving vond plaats op een diepte van plusminus tien kilometer, zware vloedgolven tot wel tien kilometer hoog en een snelheid van zo’n 900 kilometer per uur waren hiervan het gevolg. Dit alles zorgde voor veel problemen voor verschillende landen rond de Golf van Bengalen. In totaal waren zo’n 290.000 doden te betreuren. De stad Banda Atjeh in het noorden van Sumatra werd zeer zwaar getroffen, ruim de helft van de stad werd verwoest waarbij alleen al 200.000 doden vielen. Andere

getroffen gebieden zijn de kuststroken van Indonesië, Sri-Lanka, India, Thailand, Bangladesh, Mayanmar, Maleisië, de Maladiven, de Andamanen en de Seychellen. Ook  Afrika kreeg te maken met een vloedgolf die in de landen Tanzania en Somalië nog eens voor verschillende honderden doden zorgde.

2006

In de Indische oceaan vond op 17 Juli 2006 een zeebeving plaats op een diepte van 33 kilometer met een kracht van 7,2 op de schaal van Richter. De golven van 2 a 3 meter hoog hadden naast 659 dodelijke slachtoffers ook 7288 gewonden tot gevolg. Tot in Amerika waren de sterke schokken van de zeebeving voelbaar.

2007

52 doden en 13 gewonden als gevolg van een zware aardbeving van 8,0 op de schaal van Richter in de Stille Oceaan. De vloedgolf die het gevolg hiervan was trof voornamelijk de Salomonseilanden en eilanden behorende tot Papua-Nieuw-Guinea. Deze aardbeving vond plaats op 1 April 2007.

2009

Een aardbeving die de kracht heeft van 8,0 op de schaal van Richter voor de kust van de Samoa-eilanden op 29 September 2009 veroorzaakte een vloedgolf met golven van een hoogte van ongeveer 7,5 meter. Op sommige plaatsen kwam het water zeer ver het binnenland in tot wel 1,5 kilometer. 170 mensen waren het dodelijke slachtoffer van deze natuurramp, de getroffen gebieden waren voornamelijk de Samoa-eilanden en daarnaast Tonga en Frans-Polynesië.

2011

Op 11 Maart 2011 wordt de hele wereld opgeschrikt door een bericht dat Japan is getroffen door een tsunami. Deze tsunami is het gevolg van een aardbeving met een sterkte van 9,0 op de schaal van Richter op 132 kilometer voor de kust van Sendai. Eveneens veroorzaakte de zeebeving een kernramp in de centrale van Fukushima. Deze driedubbele ramp eiste bijna 19.000 slachtoffers. Twee jaar na de ramp wordt er echter nog steeds naar slachtoffers gezocht en zijn nog zeker driehonderdduizend mensen ontheemd.

Bron : http://websiteverhalen.nl/websiteverhalen/2013/tsunami/

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: